Er is een groeiende discussie over sociale huurders die daarnaast ook eigenaar zijn van een koopwoning. Het Centraal Planbureau (CPB) becijferde dat ongeveer 12.000 sociale huurders – 0,5 % van het totaal – óók een koopwoning op hun naam hebben. In een land met zeer lange wachttijden voor betaalbare huur wringt dat.
Hoe zit dit precies?
Het beeld is genuanceerd. Slechts één op de drie ‘dubbele’ huurders verhuurt zijn koopwoning, terwijl de meeste woningen vaak leeg staan of verbouwd worden.
Soms gaat het om huizen die geërfd zijn, zich in een andere verre stad bevinden of waarvan sprake is van mede-eigendom na een scheiding. Nog geen 0,2 % van alle sociale huurders profiteert daadwerkelijk van huurinkomsten uit zo’n extra (koop)woning. Het CPB noemt deze situatie strijdig met de wettelijke opdracht en kerntaak van woningcorporaties, te weten het huisvesten van mensen die niet zelfstandig in hun woonruimte kunnen voorzien.
Waarom schuurt het?
Het schuurt omdat een sociale huurwoning een vangnet is voor wie het nodig heeft enniet bedoeld is voor sociale huurders om met (een) extra koopwoning(en) vermogenswinst te maken. Elke niet-benutte sociale huurwoning verlengt namelijk de wachttijd voor mensen die onderaan de ladder staan. Dubbele bewoning past derhalve slecht bij het idee van woonrecht als grondrecht.
Mogelijke knoppen om aan te draaien
De Woonbond deelt deze irritatie, maar waarschuwt voor een tunnelvisie: “We kunnen de wachtrij niet oplossen door onze pijlen op deze 0,2 % te richten,” Structurelere oplossingen vragen om bredere maatregelen. Men kan daarbij denken aan een aan strengere selectie op het moment dat een woning wordt toegewezen: niet alleen het inkomen, maar ook het vermogen van de kandidaat controleren, inclusief eventuele huizen die op diens naam staan. Ook kan er contractueel worden vastgelegd dat een huurder binnen zes maanden moet verkopen als er later toch een ander huis in bezit blijkt te zijn. Verder biedt digitalisering, zoals koppeling met het Kadaster, kansen voor een meer sluitende controle om misbruik/fraude te voorkomen.
Daarnaast biedt de juridische route mogelijkheden. De rechtbank Amsterdam oordeelde recent dat een corporatie een woning mag terugvorderen als de huurder meerdere koopwoningen bezit, omdat deze niet langer tot de doelgroep hoort (Rb. Amsterdam 27 maart 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2080). Ook de belangenafweging tussen huurder en verhuurder speelt hierbij een rol. Voor grotere duidelijkheid kan de wetgever expliciet vastleggen dat herhuisvesting van een doelgroep-huurder altijd als dringend eigen gebruik geldt bij structurele overschrijding van inkomens- en vermogensgrenzen.
Groter plaatje niet vergeten
Tegelijkertijd mag het grotere plaatje niet uit het oog verloren worden. De Woonbond pleit voor definitieve afschaffing van de verhuurders- en vennootschapsbelasting voor corporaties, zodat sneller gebouwd kan worden aan meer sociale huurwoningen. Tevens wordt opgeroepen tot harder optreden tegen leegstand van tweede woningen en pied-à-terres, vooral in populaire steden. En wellicht moeten we de term “woonschaamte” introduceren: is het nog van deze tijd om meerdere huizen te hebben terwijl je een sociale huurwoning bezet houdt?
Slot
Kortom, dubbel bezit onder sociale huurders is een reëel maar klein fenomeen. Juridisch zijn er al instrumenten om misbruik aan te pakken, maar de echte oplossing ligt bij het vergroten van het aanbod aan betaalbare woningen. Met betere toetsing én meer nieuwbouw kunnen corporaties doen waarvoor ze zijn opgericht: woonruimte bieden aan wie dat het hardst nodig heeft.
Wilt u meer weten over de mogelijkheden om deze problematiek aan te pakken, neem dan gerust contact op met Gerbrand Osinga op 06 5517 2290 of gerbrand.osinga@hyslegal.com


