In haar uitspraak van 24 juni 2026 bevestigt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) dat het leasen van stikstofruimte onder voorwaarden mogelijk is om tijdelijke stikstofdepositie in een project te compenseren. Het verleasen van stikstofruimte kan echter na afloop van de leaseperiode risicovol zijn voor het saldogevend bedrijf. Voor de praktijk betekent dit dat salderings- en leaseconstructies zorgvuldig moeten worden vastgelegd in zowel contracten als vergunningvoorschriften. Wilt u verkennen of het leasen van stikstofruimte mogelijk is in uw geval? Lees dan vooral verder.
De uitspraak in het kort: stikstofruimte leasen is extern salderen
Samengevat ging de uitspraak van afgelopen 24 juni over de volgende casus. Een geitenhouderij in de gemeente Maasdriel had een natuurvergunning aangevraagd om leefruimte in bestaande stallen te vergroten en deze stallen te voorzien van mechanische ventilatie. Op termijn zouden ook luchtwassers in de stallen worden aangebracht. Tot die tijd ontstaat er echter extra stikstofdepositie. Om die extra stikstofdepositie te ondervangen, leaset de geitenhouderij tijdelijk stikstofruimte van een andere (saldogevende) geitenhouderij in de buurt. De provincie Gelderland besloot op 18 januari 2022 om een natuurvergunning te verlenen op basis van deze constructie, maar stuit vervolgens op bezwaren van de MOB. Twee jaar later wordt de natuurvergunning door de rechtbank Gelderland vernietigd. Tegen die uitspraak stelde de geitenhouderij hoger beroep in bij de Afdeling, wat resulteerde in de uitspraak van 24 juni jl.
In het kort stelt de Afdeling dat geleasde stikstofruimte als mitigerende maatregel kan worden betrokken in een passende beoordeling, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden die gelden voor extern salderen:
- Ten tijde van de passende beoordeling moeten de voordelen van de maatregel vaststaan;
- Dubbele inzet van stikstofruimte moet (civielrechtelijk én bestuursrechtelijk) worden voorkomen. Dit houdt in dat:
a. er een directe samenhang moet zijn tussen het nieuwe project en de (gedeeltelijke) beëindiging van de saldogevende activiteit, én
b. daadwerkelijk vast moet staan dat de saldogevende activiteit is of wordt beëindigd en niet kan worden hervat; - De voordelen van de maatregelen moeten al effect hebben voordat het project negatieve gevolgen heeft;
- De geleasde stikstofruimte is niet al door de provincie nodig om natuur in Natura 2000-gebieden te behouden of te herstellen (additionaliteitsvereiste).
Over de zaak van deze specifieke geitenhouderij gaat het mis op het hierboven genoemde onderdeel 2. In de verleende vergunning uit 2022 was weliswaar geborgd dat de saldo-ontvangende geitenhouderij slechts tijdelijk gebruik kan maken van de geleasde stikstofruimte, maar het gebruik van deze stikstofruimte was niet afhankelijk gesteld van het van kracht worden van een besluit tot publiekrechtelijke beperking van de saldogevende geitenhouderij. Een publiekrechtelijke beperking van de toestemming van de saldogevende geitenhouderij is ook niet op een andere wijze geborgd, terwijl dit op grond van de provinciale beleidsregels wél vereist is. De Afdeling komt tot de conclusie dat de natuurvergunning van 18 januari 2022 terecht is vernietigd.
Wat betekent deze uitspraak voor de praktijk?
- Het leasen van stikstofruimte is tijdelijk mogelijk mits wordt voldaan aan de hierboven genoemde voorwaarden voor extern salderen. Daarbij ligt dus veel nadruk op het (civielrechtelijk en bestuursrechtelijk) voorkomen van dubbele inzet van stikstofruimte.
- Aanvullend geldt dat elke provincie beleidsregels kent voor de toepassing van extern salderen. Ook bij het inzetten van geleasde stikstofruimte moet worden voldaan aan provinciaal beleid voor extern salderen. Dit houdt onder andere in dat (afhankelijk van de provincie) er 30-40% van de vrijkomende stikstofruimte wordt afgeroomd door de provincie.
- Aan een natuurvergunning van de saldo-ontvanger moeten via voorschriften in ieder geval geborgd zijn: 1) dat de activiteit pas kan aanvangen nadat de tijdelijke gebruiksbeperking van de natuurvergunning van de saldogever van kracht is, 2) dat de saldogever gedurende de tijd dat die gebruiksbeperking geldt zijn activiteiten feitelijk heeft gestaakt en gestaakt houdt, én 3) dat de vergunninghouder bij de provincie vooraf meldt zodra hij de geleasde stikstofruimte gaat inzetten.
- LET OP: De Afdeling waarschuwt dat het saldogevend bedrijf mogelijk een nieuwe natuurvergunning nodig heeft na afloop van de leaseperiode. Dat is het geval indien voortzetting van de oorspronkelijke activiteit van het saldogevende bedrijf na afloop van de leaseperiode niet meer kan worden aangemerkt als ‘één-en-hetzelfde project’. De Afdeling gaat hier in de uitspraak van 24 juni 2026 niet dieper op in, maar geeft mee dat deze beoordeling moet plaatsvinden op basis van ‘de feiten en omstandigheden in het concrete geval’. Indien voor het saldogevende bedrijf oorspronkelijk een melding in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is gedaan, dan is extra oplettendheid geboden. Het verleasen van stikstofruimte kan in dat geval namelijk leiden tot een permanente beperking van bestaande rechten.
Meer weten?
Wilt u meer weten over saldering en het leasen van stikstofruimte? Neem dan contact op met Patrick Dijkink via patrick.dijkink@hyslegal.com of 06 -13 94 47 23.


