Op 21 september 2026 sluit de gemeente Utrecht een deel van de Catharijnesingel af voor doorgaand autoverkeer, ook al heeft Hoog Catharijne, eigenaar van het winkelcentrum en van vijf parkeergarages langs die weg, via zowel de bestuursrechter als de civiele rechter geprobeerd die “knip” tegen te houden. In het civielrechtelijk kort geding, waarover de Rechtbank Midden-Nederland afgelopen 15 september 2026 een uitspraak deed, beriep Hoog Catharijne zich op afspraken die zij jaren geleden met de gemeente maakte over de bereikbaarheid van het stationsgebied. Die afspraken hielpen niet: ze bevatten geen meetbare norm, en Hoog Catharijne had volgens de rechtbank niet aangetoond dat de gemeente tekortschoot. Voor iedere ontwikkelaar of belegger met een overeenkomst met een gemeente is de les dat een contract alleen beschermt als het toetsbaar is.
Wat had de bestuursrechter al beslist?
Nog niets definitiefs. Hoog Catharijne maakte bezwaar tegen het verkeersbesluit van 20 november 2024, de gemeente handhaafde het besluit in april 2026, en op 1 juli 2026 weigerde de bestuursrechtelijke voorzieningenrechter het besluit te schorsen. Dat is geen oordeel dat het besluit rechtmatig is. De voorzieningenrechter zag alleen geen reden om de uitvoering voorlopig stil te leggen, terwijl het beroep nog liep. Voor een eigenaar die de uitvoering van een verkeersmaatregel wil voorkomen, is dat wel het moment waarop het misgaat: zonder schorsing mag de gemeente het verkeersbesluit uitvoeren, ook al is het besluit nog niet onherroepelijk.
Waarom stapte Hoog Catharijne ook naar de civiele voorzieningenrechter?
Omdat de bestuursrechtelijke route de knip niet tegenhield, en Hoog Catharijne daarnaast contractuele afspraken met de gemeente had. Tussen 2004 en 2008 sloten partijen drie overeenkomsten over de herontwikkeling van het stationsgebied. Daarin staat onder andere dat de gemeente zich “maximaal zal inspannen” voor de autobereikbaarheid van het gebied, dat die bereikbaarheid “optimaal” moet zijn en “vergelijkbaar” met een destijds vastgesteld verkeersmodel, en dat partijen daarover structureel overleggen. Volgens Hoog Catharijne moest de gemeente op grond van die afspraken eerst aanvullend onderzoek doen naar de gevolgen voor de parkeergarages.
Hoog Catharijne vorderde daarom in een civielrechtelijk kort geding een verbod voor de gemeente om de knip feitelijk door te voeren, dan wel uitstel van de knip tot begin 2027. De voorzieningenrechter zag dat verbod als een vordering die in feite neerkwam op nakoming van de afspraak om eerst nader onderzoek te doen. Doorslaggevend was dus wat partijen daarover hadden afgesproken.
De keuze van Hoog Catharijne voor een civiel kort geding is juridisch goed te volgen. Een gemeente handelt in twee hoedanigheden. Als bestuursorgaan neemt zij besluiten in het algemeen belang, maar als privaatrechtelijke contractpartij is zij ook gebonden aan de inhoud van een gesloten overeenkomst. Een publiekrechtelijk besluit kan dus op zichzelf rechtmatig zijn, en tegelijkertijd toch in strijd zijn met privaatrechtelijke afspraken. De (civiele) voorzieningenrechter beoordeelde daarom niet of het verkeersbesluit deugde, maar of de gemeente handelde in strijd met die afspraken. Het oordeel over de rechtmatigheid van het besluit zelf laat de civiele rechter aan de bestuursrechter.
Waarom boden de afspraken geen bescherming?
In het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter liep de zaak voor Hoog Catharijne op 3 punten verkeerd af: de afspraken waren niet meetbaar, het bewijs bleef achter bij dat van de gemeente en de afwezigheid van een nauwe samenwerking en structureel overleg is niet gebleken.
Het eerste punt is de inhoud van de afspraken. “Goede fysieke bereikbaarheid” en “optimale autobereikbaarheid” bleken niet meetbaar. Het verkeersmodel waarnaar de overeenkomst verwees, was verouderd. De invoergegevens en uitgangspunten van dat verkeersmodel waren nooit bij het contract gevoegd en zijn niet meer te achterhalen. Partijen hadden ook niet vastgelegd hoe een “goede en fysieke bereikbaarheid” wordt gemeten. De voorzieningenrechter kwam daardoor niet verder dan de vaststelling dat een inspanningsverplichting was overeengekomen om de bereikbaarheid “op hetzelfde niveau te houden”. Een objectieve norm om dat te meten ontbrak daarbij. Bovendien gingen de afspraken over het stationsgebied als geheel. Hoog Catharijne wilde onderzoek per parkeergarage, maar die verplichting stond nergens in de overeenkomsten.
Het tweede punt is bewijs. De gemeente kwam met verkeersstudies, cameratellingen, modelberekeningen en parkeerdata. Zij liet onder meer zien dat alleen de grootste garage op piekmomenten vol raakt, en dat juist die garage na de knip van beide kanten bereikbaar blijft. De andere garages kwamen volgens haar parkeerdata niet boven 70% bezetting, en dat heeft Hoog Catharijne niet weersproken. Hoog Catharijne vreesde opstoppingen en omrijdende bezoekers, maar onderbouwde niet hoeveel bezoekers dat zouden zijn. Ook over de economische gevolgen lagen twee deskundigenrapporten tegenover elkaar, en een kort geding leent zich niet voor een uitgebreid debat over de inhoud van die rapporten.
Het derde punt is overleg. De afspraak om “nauw samen te werken” en “structureel overleg” te voeren, was volgens de voorzieningenrechter niet geschonden. De gemeente informeerde Hoog Catharijne periodiek, Hoog Catharijne kon vragen stellen en input leveren, en de gemeente liet op haar verzoek zelfs economisch onderzoek doen. Dat de wensen van Hoog Catharijne niet werden overgenomen, maakt dat niet anders. Overleggen is bovendien iets anders dan instemmen. Ook een toezegging uit 2024 om de knip niet in het vierde kwartaal in te voeren, hielp niet. Die toezegging ging uit van invoering in 2025, en de vertraging daarna was juist het gevolg van het bezwaar en beroep van onder meer Hoog Catharijne zelf. Daarbij gaat de knip op 21 september 2026 in, dus (vlak) vóór het vierde kwartaal.
Kunt u schade door een rechtmatig overheidsbesluit toch vergoed krijgen?
Onder voorwaarden wel, via nadeelcompensatie. Sinds 1 januari 2024 regelt titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht die vergoeding, ook voor schade door een verkeersbesluit. Treft een rechtmatig besluit u in vergelijking met anderen onevenredig zwaar, en stijgt uw schade uit boven het ‘normale maatschappelijke risico’, dan moet de gemeente die schade op aanvraag vergoeden. De wet noemt wel een aantal situaties waarin de schade toch voor uw eigen rekening blijft, bijvoorbeeld als u de maatregel had kunnen zien aankomen. De drempel is bovendien hoog: in eerdere rechtspraak is omzetverlies door een verkeersmaatregel tot het normale ondernemersrisico gerekend. Let ook op de termijn. U moet de aanvraag indienen binnen vijf jaar nadat zowel de schade als het schadeveroorzakende bestuursorgaan bekend is. Die termijn begint bovendien pas te lopen als het besluit onherroepelijk is. Een verzoek tot nadeelcompensatie wordt via een eigen procedure, met eigen voorwaarden en termijnen afgehandeld.
Hoe voorkomt u dit in uw eigen afspraken met de gemeente?
Door afspraken te maken die een rechter jaren later nog kan toetsen. Een overeenkomst met een gemeente kan bescherming bieden tegen latere besluiten van diezelfde gemeente, maar alleen als objectief vast te stellen is wat er is afgesproken. Leg bij toezeggingen over bereikbaarheid, parkeren of zichtbaarheid vast welke concrete norm geldt, hoe die wordt gemeten, voor welk object of welke toegang, en hoe lang de verplichting loopt. Voeg de onderliggende verkeersmodellen, rapporten en uitgangspunten als bijlage bij de overeenkomst. Spreek ook af wat er gebeurt als de gemeente van de norm wil afwijken: vooraf onderzoek naar de gevolgen voor uw object, een compensatieregeling of een vaste procedure met termijnen. Een inspanningsverplichting met een overlegclausule geeft in de praktijk recht op een gesprek, maar biedt geen garantie over de uitkomst van zo’n gesprek.
Heeft u al afspraken met een gemeente over bereikbaarheid, parkeren, fasering of de inrichting van de openbare ruimte? Controleer dan of een buitenstaander jaren later nog kan vaststellen wat partijen bedoelden, en of de stukken waarnaar wordt verwezen nog te vinden zijn. Is dat niet zo, vul de afspraken dan aan zolang er nog geen conflict is. En raakt een overheidsbesluit uw vastgoed, begin dan direct met het onderzoeken en vastleggen van de cijfers, bij voorkeur voordat de maatregel ingaat, zodat u de schade later kunt aantonen en tijdig een aanvraag om nadeelcompensatie kunt indienen.
Heeft u vragen over afspraken met een gemeente, of raakt een verkeersbesluit uw vastgoed? Neem dan contact op met Patrick Dijkink via 06-13 94 47 23 of patrick.dijkink@hyslegal.com.
De uitspraak van 15 september 2026 is terug te lezen via: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6335


